De officiële oprichting van de Federatie vond plaats in een volle schouwburg te Arnhem, met onder de gasten Koningin Wilhelmina. De oorsprong van de Federatie gaan terug naar het kunstenaarsverzet dat begon met de acties tegen de door de Duitsers ingestelde Kultuurkamer in 1942.
In de sfeer van de illegaliteit vond in de zomer van 1944, ten huize van beeldhouwer Mari Andriessen te Haarlem, de eerste vergadering plaats van het voorbereidingsbestuur van de Federatie. In 1946 was de oprichting van de Federatie van Kunstenaarsverenigingen een feit.
In de na-oorlogse periode waren kunstenaars als Willem Sandberg, Anton van Duinkerken, Jac Bot, Marius Flothuis en Jan Kassies belangrijk voor de Federatie. ‘De oprichters zagen de eenheidsorganisatie van kunstenaars als een conditio sine qua non binnen een publiek cultuurbestel. Zij meenden dat de sleutel tot bloei van het kunstleven lag in samenwerking tussen regering en beroepsorganisaties.’
De Raad voor de Kunst, een geesteskind van de Federatie en voorloper van de huidige Raad voor Cultuur, kwam er in voorlopige vorm in 1948. De Boekmanstichting, hét studiecentrum voor kunst, cultuur en beleid, is opgericht in 1963, op initiatief van de Federatie. Zo biedt de Federatie al decennia lang ‘een uniek platform voor samenwerking tussen Nederlandse beroepsorganisaties van kunstenaars en is het vooral een centrum voor actie op het gebied van kunstbeleid’.
Het archief van de Federatie van Kunstenaars Verenigingen is ondergebracht bij het Internationaal Instituut voor de Sociale Geschiedenis en is voor belangstellenden te raadplegen. Zie voor meer informatie: www.iisg.nl/archives/nl/files/n/10765291full.php
